Maandagavond vertoonde de VPRO de documentaire “Het oorlogsspel” (zie ook) waarin James der Derian, Michel Chossudovsky, Sam Gardiner, Hans Binnendijk en William Arkin aan het woord komen over hoe gaming gebruikt wordt in het Amerikaanse leger; zowel in werving als in oorlogssimulatie.

Het geeft een aardige inkijk achter de gedachte/motivatie achter het gebruik van serious gaming en ook de voor en nadelen die het met zich mee brengt. De games zijn levensecht (er schijnt bewezen te zijn dat een goede virtuele schutter vrijwel zeker ook een goede non-virtuele schutter is) en dat werpt onder andere op

(Oorlog) spelen op een computer creeert cognitieve dissonantie, zodat je af en toe moet kijken: is dit werkelijkheid of een game.

Iets dat voor veel andere games ook geldt en iets dat ik echt een fascinerend fenomeen vind.

Maar een interessante quote kwam ook van William Arkin (Militair commentator Washington Post) die in 2002 de codenaam (Polo step) en enkele details van de oorlogsplannen voor Irak onthulde.

Mensen vragen me wel eens of ik er spijt van heb dat ik die gegevens geopenbaard heb. Dan zeg ik: het spijt me dat ik niet meer heb geschreven. Want als ik meer had geschreven over het oorlogsplan en de discussie daarover had ik misschien een bijdrage kunnen leveren aan de discussie of we Irak moesten aanvallen.
Als u dus vraagt of ik informaie over oorlogsplannen inzake Iran openbaar zou maken zeg ik: zo veel als ik kan.
(…)
De beste manier om Iran er van te overtuigen dat ‘t ons ernst is, de beste manier om te laten zien dat het geen grapje is, is ze een exemplaar van ons oorlogsplan sturen.

Sharing is caring. In extrema.

Cognitieve dissonantie door gaming en sharing is caring in extrema. Weer mooie stof tot nadenken.

Leave a Reply