In verschillende teams strijden studenten tijdens voorrondes en een tweedaagse finale tegen elkaar voor een hoofdprijs van 2000 euro en de titel “Grootste Marketingtalent 2009” (voor studenten: inschrijven kan nog tot 15 december).
Hoe geweldig ik het evenement ook vind (ik deed met bijzonder veel enthousiasme zes keer mee), er zitten zeker haken en ogen aan het concept. Met name de claim “Marketingtalent van 2009” is lastig waar te maken en ook de huidige indeling in teams is wat mij betreft goed voer voor discussie. Maar voor die discussie, een kleine schets van de situatie en de groei van het systeem.
1989 – 2004 Stad tegen stad, vriendenteams tegen vriendenteams
Tot 2004 deden studenten dat in groepen die ze zelf mochten samenstellen, per stad. Zo streed Groningen tegen Tilburg en was met name de rivaliteit tussen Eindhoven (“de nerds”) en Amsterdam (“de blaters”) legendarisch. Er was dat ene Tilburgse team dat twee keer de Nationale Marketing Strijd won, er was dat ene Amsterdamse team, bestaande uit alleen maar meisjes dat driemaal achtereen de strijd won en er was het Eindhovense team onder leiding van Bart Hofmans dat tweemaal tweede werd.
Tegenover deze legendarische teams staan echter ook de “vriendenteams” die eigenlijk enkel en alleen meededen voor de borrels en voor de Groningse blondines. Tijd dus voor herziening van het concept.
2005 – … Multidisciplinaire teams
Vanaf 2005 werden de teams gemixed en deden verschillende personen van verschillende studies uit verschillende steden samen mee in een team. Danielle Schouten (Raad van Advies van de Nationale Marketing Strijd) formuleert in de comments van haar NMS artikel op Molblog het op de volgende wijze: “Zoals gezegd zit volgens mij de kracht van dit multidisciplinaire concept ’em juist in het samenbrengen van studenten met verschillende marketingachtergronden. Dan kom je tot de meest creatieve oplossingen die bovendien goed financieel onderbouwd zijn én met de juiste communicatieboodschap de klant bereiken.
Natuurlijk is het leuk om met je vrienden samen een clubje te vormen en de strijd aan te gaan. Maar denk dat dit voor bedrijven (de sponsoren)minder interessant is. Die willen ook zien hoe jij je in een groep met onbekende mensen van verschillende achtergronden manifesteert.”
Dit is echter wel een erg rooskleurige weergave van het systeem. Het multidisciplinaire karakter van de teams valt vaak tegen (het is ook niet makkelijk om uit 190 geselecteerde studenten gelijkwaardige multidisciplinaire teams samen te stellen, rekening houdend met voorkeuren van studenten en sponsoren). Vaak kennen daarbij de teamleden elkaar niet en wordt er in de korte cases (vaak hebben de deelnemers niet meer dan 2 uur om een marketingconcept te verzinnen en uit te weken) veel tijd verspild aan het elkaar leren kennen en aan communicatiemisverstanden. Dit komt vaak de kwaliteit van de uitwerkingen niet ten goede.
Het grootste marketingtalent?
In de huidige situatie worden -min of meer willekeurig- teams samengesteld. Deze willekeurige teams nemen het in min of meer willekeurige cases (DSM heeft B2B cases, VODW meer consultancy, L’Oreal zware FMCG, enz) tegen elkaar op en worden langs subjectieve criteria (de sponsor van de case bepaalt de winnaar) al dan niet doorgelaten naar de volgende ronde. Daar nemen de willekeurige teams in een -weer totaal andere- willekeurige case het tegen elkaar op tegen weer andere subjectieve criteria. En uiteindelijk, na een aantal ronden volgt daar een winnend team (en dus geen marketingtalent) uit.
Maar wat dan?
Er spelen diverse belangen: sponsoren willen studenten aan het werk zien en willen de beste studenten er uit kunnen pikken, studenten willen gezelligheid, willen marketingbedrijven leren kennen en willen (soms) nog winnen ook. Dan is er nog de vraag in hoeverre je de claim “Grootste marketingtalent van 2009” kunt/wilt waarmaken.
Want wat moet het grootste marketingtalent van 2009 kunnen? Goede cases kunnen maken? Een team kunnen leiden? Goede cijfers halen in de studie? Meer dingen? Een soort ranking (zoals in het tennis een ranglijst van de beste spelers wordt bijgehouden)?
En zelfs als je dichtbij het huidige concept blijft: wat zou de claim “Marketingtalent 2009″ kunnen versterken? Meer afwisseling in de cases? Een onafhankelijke jury per case? Studenten de vrijheid geven toch zelf teams samen te stellen onder voorwaarden (“Stel een team samen met studenten uit minimaal 3 steden en minimaal 3 verschillende studies” o.i.d.)?
Ik vind het, zeker met alle potentiele online mogelijkheden als uitbreiding, een erg interessante casus.
Noot: ik was zelf voorzitter van de Nationale Marketing Strijd organisatie in 2003-2004 en ben nu als secretaris van de MATUE zijdelings betrokken. Ik schrijf dit stuk op persoonlijke titel.